Airedale terrier

airedale terrier

De Airedale Terrier is de grootste van de Terriers. Een gespierde, actieve, tamelijk compacte hond, zonder spoor van langbenigheid of bovenmatige lengte van lichaam. Deze is scherp van uitdrukking, snel van beweging. De aard blijkt uit de uitdrukking van de ogen en de dracht van de oren en de opgerichte staart. Ze zijn open en vrijmoedig, vriendelijk moedig en schrander. Steeds op zijn hoede, niet agressief maar onbevreesd. Deze hebben veel beweging nodig omdat ze zeer actief zijn dus afwisseling in uitdagingen is ook belangrijk. Ze houden van verschillende soorten spelletjes. De Airedale Terrier is een uitstekende gezinshond.

Airedale Terrier

Afkomst:

Het ras ontstond halverwege de 19 de eeuw in het Noord-Engelse graafschap Yorkshire, waar jagers rond de rivier de Aire hem gebruikten voor de jacht op otters en ander wild langs de rivier en op en rond boerderijen. Verondersteld wordt dus dat hij afstamt van de alerte, moedige Otterhond uit die streek en zijn terrieraard dankt aan de Old-English Brokenhaired Black and tan Terrier.

Gezien zijn reukvermogen en het vroeger telkens terugkerende plathangende oor heeft vermoedelijk ook een lopende hond zijn invloed op het ras gehad. Omstreeks 1870 noemde men hem Water-side Terrier of ook wel Working Terrier.

De Airedale Terrier was in 1876 voor het eerst op een Britse tentoonstelling te zien. In 1885 werd hij door de Kennel Club erkend en werd zijn standaard dus vastgesteld. Al snel verspreidde het ras zich ook buiten Engeland. In Duitsland fokte men een eigen type dat vooral door politie en leger werd gebruikt. De Airedale was overigens tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Britse leger het belangrijkste ras van oorlogshonden. In Frankrijk doet hij dienst als drijfhond bij de jacht op wilde zwijnen en in de Verenigde Staten zelfs bij de berenjacht.

De uiterlijke kenmerken:

De schedel is lang en vlak, niet te breed tussen de oren en lichtelijk versmallend naar de ogen.

Het lichaam een gespierde, actieve, tamelijk compacte hond, zonder spoor van langbenigheid of bovenmatige lengte van het lichaam.

Het gangwerk/beweging de benen worden recht vooruit bewogen. De voorbenen bewegen vrij, evenwijdig aan de zijden. Bij nadering moeten de voorbenen een voortzetting vormen van de rechte lijn van het front, voeten even ver van elkaar als de ellebogen. De voortstuwende kracht word dus ontwikkeld door de achterbenen.

Het haar is hard, dicht en draadachtig en niet zo lang. De vacht moet glad en gesloten zijn en lichaam en benen bedekken. De bovenvacht is hard draadachtig en stug, de ondervacht korter en zachter. De hardste vachten zijn kronkelig of enigszins gegolfd. Een gekrulde of zachte vacht is zeer ongewenst.

Kleur van de Airedale Terrier: Het zadelpatroon, nek en bovenzijde staart zijn zwart of grijs. Alle andere gedeelten dus tan. Oren vaak een donkerder tan en een donkere aftekening kan voorkomen rond de hals en op de zijden van de schedel.

Grootte en gewicht van de Airedale Terrier:

Schofthoogte: Reuen 58-61cm Teven 56-59 cm

Gewicht: Reuen 23-29 kg Teven 18-20 kg

Land van herkomst is Groot-Brittannië

Airedale Terrier behoort tot de rasgroep 3